In 1892 kreeg de Amsterdamse architect A.L.van Gendt zijn eerste opdracht van de Nederlandse Fabriek voor Werktuigen en Spoorwegmaterieel, het ontwerpen van een machinegebouw en ketelhuis.
De funktie hiervan was de energievoorziening van de naast gelegen ketel/wagenmakerij en gieterij door middel van een grote stoommachine. Dat is eigenlijk zo gebleven tot de verhuizing van Stork Wartzila en Stork RMO in 1996/ 2000. De manier van energie opwekken veranderde door de jaren, waardoor de ruimtes werden aangepast en de gebouwtjes uiteindelijk het koudgasgebouw zijn gaan heten. De twee fabrieksgebouwtjes zijn fysiek met de Werkspoorhallen (van Gendthallen) verbonden door een hoge constructie waarlangs verschillende leidingen lopen. Zij horen dus bij de als Rijksmonument erkende hallen en vormen daar een ensemble mee.
De twee fabrieksgebouwtjes zijn de oudst bewaard gebleven resten, in bijna nog oorspronkelijke staat, van het industrieel erfgoed op Oostenburg en hebben bovendien een relatie met de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, oorspronkelijk de fabriek van Paul van Vlissingen,waar helemaal niets meer van is of naar verwijst.
De gebouwtjes zijn gemeentelijk monument en worden op dit moment door ROEST gebruikt. Foto’s : Titus Dekker.